Indisch oorlogsdagboek Ane Duyf 1942-1945

Brieven aan Zus
Tijdens de Tweede Wereldoorlog in Azië hield Ane Duyf een dagboek bij waarin hij zijn ervaringen, gedachten en gevoelens vastlegde. Het is geschreven aan zijn vrouw G.B. Duyf-Bosscher, roepnaam Zus.
Op miraculeuze wijze wist Ane zijn schriften met dagboek verborgen te houden tijdens gevangenschap en zodoende is dit persoonlijke schrijven nog bij ons. Het biedt het een unieke kijk in de tijd van oorlog en Japanse internering. Het laat de kracht zien van liefde, hoop en wil om te overleven.
Terwijl wordt gewerkt aan het ontcijferen van soms moeilijk leesbare passages en publiceren van het dagboek, kunt u alvast kennismaken met enige fragmenten.
Vrijdag 27 februari 1942, Lembang
Dag schat, het is de eerste keer dat ik je schrijf sinds zondag, het was wel kort maar toch heerlijk dat we dat nog samen hebben meegemaakt. Eerder schreef ik je in code dat we in Cjaruit zaten op ongeveer 1000 meter hoogte en nu zitten we in Lembang, een paar honderd meter boven Bandung. Alles voelt zich heerlijk fit en houdt zich klaar voor luchtalarm en eventueel voor vertrek naar één of ander front. Ik lig in bed, kan niets doen en heb het erg benauwd. De dokter verwacht ik ieder moment.Ik hoop dat ze me alleen laten en dat niet iedereen komt kijken, daar is de dokter …
29 april 1942
Er is een hele tijd verlopen sinds ik jou het laatst schreef. Er is veel gebeurd maar toch kon ik er niet toe komen jou te schrijven.
Steeds met z’n vieren op een klein plekje. Elk een plaats van 70 cm breed om te slapen en verder zijn in het hele kamp alle tafels en stoelen ingepikt. Ik lees nu net weer eens jouw laatste brief van 18 februari, het is niet te begrijpen dat je nu nog steeds koorts hebt. Algemeen hoor je dat Djocja zeer gezond is en alles wat je nu mankeert moet dus oud zijn, toch lijkt het me de beste plaats voor jou om daar te blijven. Bandung is heus niet zo gezond en je zou misschien nog meer last hebben dan daar in Djocja. Kleinschmeide ken ik wel geloof ik. Zij woonde op de Brinkgreveweg.
Nu, voor ik het vergeet even iets belangrijks opschrijven, ik hoorde namelijk dat Ottolien in Batavia logeert bij een familie Mens. Tabakker uit Djember die ik wel ken. Indramajoeweg 25. Hij heeft een auto ongelukje gehad en ligt waarschijnlijk in een ziekenhuis.
Het is vandaag de verjaardag van de Keizer van Japan 29-4-’42. Alles moest aantreden en saluut brengen naar het N.Oosten. Ik had Corvee en deed niet mee! Morgen is het 30 April 1942, Koninginnedag, dan heb ik géén corvee. De tafel die ik meenam hebben we ontpoot en is daardoor behouden gebleven en doet nu zijn dienst. De maatregelen zijn steeds strenger geworden. De bewaking zwaar en de straffen tegen uittreden (“vandelarie”) idem. Van 10 mensen die ontvluchtten zijn er 3 gevat, waarvan één in het bezit was van een revolver en op ’n Japanse wacht schoot. Deze mensen zijn eerst een nacht lang geslagen en de volgende dag om 12 uur op ’n plein vastgebonden, geblinddoekt. Officieren moesten aantreden en iedereen die wilde mócht kijken. De drie kerels zijn door 6 Japanners met een bajonet doodgestoken.
Sinds 22 april lopen alle militairen beneden de officiersrang met een kaal hoofd rond. Sommigen staat het goed, anderen minder. Ik vind het wel prettig dat ik nu eens de zon op m’n kale bol kan laten schijnen en met baden is het ook prettig. We mogen het voorlopig niet langer laten worden dan 5 mm.
Tot nu toe werd hier binnen het kamp geen enkele groet gebracht voor meerderen. Nu is ingesteld door de Japanse kampcommandant dat wij voor alle officieren moeten groeten. Het ontzag dat allen voor onze eigen meerderen hebben is ver beneden peil. Allen hebben hun eigen officieren in een klein oorlogje leren kennen en hebben voor die mensen niet meer de minste achting. Zeker is, dat door hun leiding het fiasco zo groot is geworden als dat nu was. Het groeten laat dan ook veel te wensen over, volgens deze knapen. Er is juist een order gekomen dat nu ook alle officieren hun haar zullen moeten laten millimeteren.
Het menu is zeer schraal en we krijgen zelfs ook niet wat ons volgens Japanse order toekomt, waar het lek zit, is nog niet ontdekt. Sinds een paar dagen krijgen we nu ook geen brood meer. ’s Morgens krijgen we een half bord rijstepap en 1 kop koffie, alléén onze keuken geeft koffie en er zijn minstens 10 keukens. ’s Middags 1 bord rijst met sajoer kool of boontjes en wat sambal. Verder krijgen we zo nu en dan een pannenkoek uit een kleine hoeveelheid meel die ze nog hadden. ’s Avonds het zelfde als ’s middags. Het is voldoende en ik voel me er best bij. Zieken zijn er zeer weinig. Badwater is voldoende aanwezig. Enige dagen was er hout tekort in de keuken en is er hier en daar een huisje in het kamp afgebroken.
17 juni 1942
Het is nu woensdagavond, gisteravond kwamen hier 1200 geïnterneerden uit Tjilatjap aan en vandaag nog een paar honderd. Zojuist zag ik Bert S en Jan de Groot binnen sjokken uit Tjilatjap. Ik heb ze nog niet gesproken. Bij onze aankomst hier zijn wij Europeanen direct gescheiden van de Indo Europeanen. De Indo Europeanen zitten ergens anders, in Tjimahi. Wat van Tjilatjap kwam is nog gemengd maar wordt binnenkort gescheiden. Ik ben erg moe van het tuinwerk maar heb een zeer voldaan gevoel. Daag.
2e Kerstdag 1942, Tjimahi, kamp 4
’t is ongelofelijk Zus, kerst nu nog hier! In een kamp. Iets waar ik nooit op heb gerekend. En jij, daar ergens, misschien in een beschermde wijk voor Europese vrouwen. Ben al deze dagen steeds heel dicht bij jou liefste. Bij alles wat ik doe. ‘k Hoop dat jij het voelt en dat het je sterkt. Gisteravond ter ere van jullie (onze vrouwen) kerstmis gevierd. ‘k Zit hier bij een versierd kaarsje te schrijven met warme chocola, een geweldige drukte om me heen. Morgenochtend zal ik je uitvoerig schrijven, dag mijn liefste vrouw! Wat zullen we later nog eens aan deze Kerstmis denken en er dan juist van doordrongen zijn dat we het in het vervolg zo goed mogelijk moeten vieren. Daag liefste!!
28 Januari 1943, Tjimahi
Ik ben je méér dan ontrouw schat en toch als jij eens wist hoeveel en hoe ik aan je denk, dan zou je elke nacht met een rustig en veilig gevoel gaan slapen. Ik neem tenminste nog steeds aan dat je bij de Vries zit. Alhoewel ik op de briefkaarten die aan jou zijn verzonden, nog niets terug heb gehoord. In de krant heeft er namelijk gestaan, dat jullie aan de mannen briefkaarten mogen schrijven.
Alle Europese vrouwen zitten nu in kampen, hier in West-Java. Ze zijn wel gedeeltelijk vrij, maar mogen de stad niet verlaten. Alles wordt steeds strenger wat dat betreft. De Indonesische vrouwen zijn nog steeds vrij! Bij jullie schijnt deze regeling ook zo te zijn, maar ik geloof dat die niet op jou van toepassing is, zolang de Vries nog vrij en thuis is.
Vandaag ben ik weer eens buiten geweest om iets van de vrije wereld te zien. Samen met Auke Posthumus. We moesten straten vegen en goten schoonmaken (15 cent verdiend!). Je krijgt de indruk dat buiten alles nog ‘dragelijk’ is. De vrouwen die je ziet, zien er niet slecht uit en gedragen zich keurig (op enkele na, die zich met de Jappen inlaten, onbegrijpelijk van Europese vrouwen!).
Je weet dat ik geen held in tekenen ben, maar toch is het mij gelukt om jou te tekenen. Volgens tekenaars was het geen gezicht en kon het niet goed zijn. Maar de lui die jou kennen vonden het goed lijken. Harris tekent goed en nu hebben we samen jou getekend. Tientallen neuzen, voorhoofden, kinnen en dergelijke en het is me gelukt. Jij hangt aan de wand, naast m’n slaapplaats. Erg geflatteerd en met bruin haar! Kleine rode lieve lippen, een iets te lange neus, goed lijkende ogen en streepjes van wenkbrauwen. Het lijkt uitstekend schat, ik ben er meer dan blij mee en reuze benieuwd hoe jij het zult vinden. Het haar lang in een knoedel, dat moet je zeker weer doen, Zus, maar dan goed verzorgd! Alleen is het dan misschien weer lastig als je een baby hebt of krijgt.

En nu nog iets wat ik je moet vertellen, vanaf ongeveer half December heb ik mijn snor en baard laten staan. Ik heb nu een kleine rode baard en korte snor. Opzij, op de wangen, scheer ik het bij zonder dat het nu zeep of mesjes kost. Iedereen vindt het heel goed staan. Zelfs jij zou het wel goedvinden geloof ik, als het niet zo kriebelde. Misschien laat ik nog wel een tekening van mijzelf maken, want ik wil er liever niet mee thuiskomen.
Toen ik je op 1 januari schreef dat er weer nieuwe lui zouden vertrekken, is dat niet direct gebeurd. Rond half januari zijn er twee groepen van 1.000 man vertrokken (onder andere Westerman, Crone en Glaudemans). En nu is er een flyer gemaakt voor de ontvangst van een paar duizend nieuwe lui. Ze zouden vandaag komen maar er is niets gebeurd. Men fluistert dat Tjilatjap hier komt (dus misschien van Empel en Knuyfer).
De situatie hier in dit kamp is heel goed geworden. Alle grote bedrijven zijn nu ‘kampbedrijf’ geworden, floreren als zodanig en komen alle kampbewoners, via keuken en dergelijke ten goede. Helemaal goed is het nog niet. Doordat de Jappen veel corvee’s uitbesteden, komt er aardig wat geld binnen in dit kamp. Met name door de officieren salarissen.
Liefste schat, ik stop eens. Vanavond om 21.00 uur moet ik nog met chocolade leuren. De ‘heren’ een kopje op bed brengen, de vermoeide ‘oud-strijders’!! Het klinkt wel gek, maar ’t is een feit dat we alle momenten van de dag langs de barakken gaan met koffie, thee en warme chocolade. ’s Morgens om 07.00 uur (half 6) moeten we de heren één koffie op bed brengen. Treurig maar waar! De houding van het grootste deel van onze officieren is beneden peil, die wijzen met een geeuw en de voet de plek aan waar hun geld is te vinden. Dag schat, tot de volgende kus!
4 Oktober 1943, Batavia
De laatste tijd in Batavia was een eigenaardige. Steeds werden er pas-opgepakte Europeanen binnen gebracht. Wij vonden het verdacht en concludeerden dat er wel iets broeide. Op een gegeven moment kwamen er twee generaals binnen. Bakker en Statuis-Muller. Mèt nog een overste van de Marine werden deze knapen bij ons ingedeeld voor afvoer.
’s Nachts om 5 gingen we in een trein; 75 man per 4e klas wagon met al onze barang erin gepropt met de geweerkolf van een Jap. De rit was niet lang en na een kwartier wisten we dat het Priok werd. Daar, tot ± 12 uur op de kade gestaan, nog steeds gissend wat er zou gebeuren. Toen begon de inscheep in een vrachtschuit van ± 3500 ton. De menschen die het eerst aan boord gingen kwamen onder in ’t ruim – mannetje aan mannetje – géén plaats om te liggen- toen wij aan boord kwamen was het dek óók al vol en klommen we met ons 5en op het uiteinde van een laadboom.
28 November 1943, Aan boord Hawaii Maru
We varen weer, Zus! De 26e vertrokken uit Takao – Formosa. ’t Was een mooie haven en ’n pracht klimaat. ’s Morgens heel fris en daarna een pracht zonsopgang door zo ’n lichte zeenevel. Verder mooie wolkenvorming die je bij ons Java niet ziet.
Steeds verbaasden wij ons erover dat er op deze haven geen aanval was of werd gedaan. Enige 10-tallen schepen op een hoop, olietanks op de kade en een groot spoorstation áán de kade. Onze laatste avond (25e) werden de Jappen zenuwachtig en ineens luchtalarm!! Alles in ‘’t ruim – alle lichten uit en de patrijspoorten dicht. De volgende morgen vertrokken met een convooi van 9 schepen waaronder 1 vliegtuig-carrier van 1 torpedoboot. We voeren vlak langs Formosa’s westkust en zagen een gezonken schip misschien het resultaat van het luchtalarm van de vorige avond. De 27e was Formosa uit zicht.
Terwijl we hier om +/-11 uur zoo’n beetje apathisch lagen te liggen, hoorden we plotseling 1 scherpe knal en vlak daarna nog eens 2 achter elkaar. ’t Is ongelooflijk Zus! Maar ’t waren 3 Amerikaanse vliegtuigen. Eén schip rechts van ons had een flinke treffer. Eerst voeren alle schepen snel weg en verspreiden zich. Na een half uur draaiden wij bij naar het getroffen schip. Na die korte overrompelende aanval waren de vliegtuigen weer snel weg, zonder getroffen te zijn door luchtafweer.
Per sloep werden eerst de vrouwen en kinderen bij ons aan boord gebracht, daarna alle Jappen. Alles werd ondergebracht in ’t achterruim, daar lagen van ons al 312 man en die kregen wij er nu nog bij. Stel je voor Zus: wij lagen al als sardines en nu nog 312 man er bij.

Sister ship Hawaii Maru
5 december 1943, Kamoo/Yamano, kamp Fukuoka 8B
’s Morgens 6 uur kwamen we hier aan, steenkoud, verkleumd, overal lag ijzel. In het kamp zaten zo’n 3900 Engelsen die hier al 6 weken zitten en in de kolenmijn werken. Het kamp is van hout en deuren en ramen van papier. We slapen onder 6 dekens en op dikke matten. Eten is vrij goed: 3 keer rijst met groente-soep. (gelukkig heet!!) we lopen rond in Jappen-kleren, vrij warm. Over een paar dagen gaan wij ook als koeli’s de mijnschacht in. Het is daar erg vochtig en veel stof-gruis volgens de verhalen. We voelen ons erg verlaten. Vrijwel alles werd afgenomen, we zijn geen moment meer “privé” en hebben niets meer “privé”.
Lieve Zusje, ‘k mag geen potlood en geen papier hebben en hoop toch dit voor jou te redden. ‘k kan hier nu zo echt even bij jou zijn al schrijf ik ook niet alles op wat ik denk. Gelukkig schijnt bij jullie de zon en is het daar warm! Dag!
10 december 1943, Kamoo


21 Juni 1944, Kamoo/Yamano, kamp Fukuoka 8B
Liefste, we zien het einde naderen!! en tellen nu al hard de dagen af naar het moment van onze vrijheid. Stel je toch voor Zus, nu al een dikke twee jaar, als nummer rondlopen, in een rij staan, in ’t gelid lopen, geslagen worden in je volle gezicht om de geringste reden. Lajos b.v. “nummerde” in de rij staand te snel en kreeg weer eens een reuze flair in het volle gezicht. Maar toch niet over uitweiden: “hoe slecht we het hebben.” Ons moreel is nu zóó goed dat we al die dingen met gemak nemen. We lachen er nog steeds om.
En juist nu de laatste tijd. We krijgen dagelijkse berichten binnen, zeer recent steeds, Europa gaat prachtig. 200.000 rukken op 10.000.000 staan klaar met 120.000 vliegtuigen. Stalin zal ’t bevel geven tot het a.s. grote offensief. Japanse kranten verwachten dat binnen 5 dagen!! Duitsland valt vóór Augustus zegt men (mijn voorspelling was 15 Augustus) Japanse meningen zeggen dat Japan daarna zal volgen. Stel je voor Zus, vóór Kerstmis wij weer samen.
15 December 1944, Kamoo
Schandalig lang niet geschreven en ik zie juist in m’n laatste zin ’t woord “veel” voor eten staan wat helemaal fout is. De voedselsituatie is namelijk treurig. ’t Was alleen maar relatief veel. Zonder dat we ’t merkten is de zaak namelijk kalm aan ’t uitmergelen en in de laatste maand is het gemiddelde gewicht van de Hollanders van 56,7 kg gekomen op 54,2 kg. Er zijn nu 20 man die op de nominatie staan om deze maand dood te gaan als de voedseltoestand niet beter wordt. Juist nadat de dokter dit laatste aankondigde stierf de eerste, vlak na ’t werk.
Na een lange tijd kwam er 10 kg vlees binnen voor 400 man. En vandaag kregen we sinds Mei weer voor ’t eerst Rode Kruis barang . De helft heb ik bij de lunch gegeten en de rest eet ik vanavond met een broodje. Je kunt je dus ongeveer een voorstelling maken van de hoeveelheid, sommigen aten alles direct op, bang dat de zaak gestolen wordt. Iedereen loopt hongerig rond en steelt en eet wat eetbaar is.
28 Maart 1945

5 jaar terug, 11 uur, trouwden wij in Batavia. Wát een gelukkig stel mensen waren we. Vrij en onze eigen baas. Gelukkig en aan het begin van een prachtig leven. Vandaag? Jij, misschien vrij op Java, veel aan mij denkend, dat voelde ik. Ik, op een grote hoop kolen met 20 man aan het kool snijden en om 11 uur kreeg ik met een steel van een schop slaag. Bloed uit m’n achterhoofd en m’n schouder. lamgeslagen, omdat ik even rustte met schrapen, sinds 8 uur aan het werk.
Liefste, de afgelopen nacht verliep gelukkig niet ongestoord, om 10 uur luchtalarm, vliegtuigen boven, tot 1 uur in de shelter, koud weer naar bed en niet meer geslapen van de kou. Vandaag prachtig en warm weer voor het eerst, om 5 uur, wéér luchtalarm, maar nu “brown-out “, dus niet de shelter in en ik kon dus rustig mijn bruiloft-maal voorbereiden. 6 uur baden, half 7 keuring. Onze vetlaag werd gemeten en de armdikte in verband met eventueel méér voer. 7 uur zit ik klaar met m’n maal: 1 portie rijst met veel krâ, 1 geroosterd brood, 1 kom soep, 1 portie “eigen”groente, 4 stukjes lombok (van Nolthenius de Man), ’n stukje prei, 1 lombokje van Van Gogh en 3 Amerikaanse sigaretten van Numans, Henk. Nachtshift kwam binnen voor hun “ontbijt “en heel gezellig in half donker van alles genoten, één boterham bewaard voor het ontbijt.
Liefste schat, door het laatste werk en de slaag weinig aan je kunnen denken, maar toch op een bepaald moment voelde ik je zo dichtbij alsof je tegen me sprak. Ik zag je zachte gezicht, zóó lief en dichtbij, dag liefste, tot later. Veel slaap en misschien vannacht er weer uit voor luchtalarm. 5 jaar geleden aten, dansten en dronken we in Des Indes, mijn God wat ’n verschil.
7 Augustus 1945, Kamoo, kamp Fukuoka 8B
De 7e vielen hier in het kamp pamfletten met een grote klok erop waarbij elk cijfer een Japans gebiedsverlies voorstelde. De 12 was Japan zelf en de klok stond op 5 minuten vóór 12. De inhoud bleek zoo iets te zijn als een laatste waarschuwing aan ’t volk om zich te bedenken.

